Twee tegenovergestelde werelden
|
Seksueel misbruik van kinderen: |
Pedofilie, eventueel met seksuele
ervaringen: |
| 1. Geweld, dreigingen, bedrog, (psychologische) afpersing, verkrachting. |
1. Spontaniteit en vriendschap die samen genoten worden. |
| 2. Onmogelijkheid voor het kind om zich eraan te onttrekken. Het kind
wenst dat de seksuele activiteit eindigt, maar de volwassene verhindert dit.
Intimidatie en ander machtsmisbruik maken misbruik mogelijk over een lange
periode. |
2. Het kind kan zich eraan te onttrekken als het dit wilt. De volwassene
respecteert de wens van het kind en verwijt het kind daarom niets. |
| 3. De seksuele begeerte van de volwassene is het enige wat telt. De behoeften
van het kind, waaronder de seksuele behoeften, worden genegeerd. Het kind
is een passief seksueel object. |
3. Interactie op het persoonlijke en (evt.) seksuele niveau. De activiteit
wordt aangepast aan het psycho-seksuele niveau van het kind. De volwassene
neemt deel aan de seksualiteit van het kind. |
| 4. Geheimhouding is opgedrongen. Uitbuiting van de schuldgevoelens van
het kind. Als de seksuele activiteit wordt ontdekt, dan voelt het kind zich
schuldig, ook als het de activiteit helemaal niet wenste. |
4. Men probeert open te zijn voor zo ver de moraal en de sociale omgeving
dit toestaan. Over het welzijn van beide partijen wordt in de loop van de
vriendschap gecommuniceerd op verbale en niet-verbale wijze. |
| 5. De atmosfeer is drukkend: er is geen gevoel van veiligheid en intimiteit. |
5. Het doel is het scheppen van een sfeer van veiligheid en intimiteit. |
| 6. De relatie is niet evenwichtig. Men maakt gebruik van onderdrukking,
autoriteit en manipulatie. |
6. Het doel is om een evenwichtige vriendschap te onderhouden. |
| 7. De volwassene is niet geïnteresseerd in het kind als persoon,
maar alleen als een toevallig aanwezig seksueel object. |
7. De volwassene drukt belangstelling uit voor het kind. Men voelt
gemeenschappelijke belangen, ook bij één enkele ontmoeting. |
| 8. Er is slechts een minimale gemeenschappelijke basis. Het kind is
geïsoleerd van zijn/haar leeftijdsgenoten en van anderen. De volwassene
wil over het kind beschikken. |
8. Er is plaats voor kinderen- en jongerencultuur en voor het contact
met anderen. De interessen worden gemeenschappelijk. |
| 9. Er is gebrek aan open communicatie, en onderdrukking van alle vormen
van emotionele expressie. |
9. Er is ruimte om gevoelens uit te drukken. De macht in de relatie is
evenwichtig verdeeld; het kind en de volwassene delen de macht. |
| 10. In de dagelijkse levensplaatsen van het kind is er vaak gebrek aan
liefde en aandacht: dit houdt het risico in zich, dat het kind zich fixeert
op het seksuele aspect van de relatie. |
10. De volwassene voelt een reële interesse in de belangen van het
kind (waaronder de seksuele belangen) en wenst een interactie op het niveau
van het kind zelf. De vriendschap is een waardevol toevoegsel aan de overige
aspecten van het leven van het kind. |
| 11. Het kind toont angst en afschuw. Het is te zien dat het kind naar
hulp zoekt. |
11. Het dominerende gevoel bij het kind is plezier, ook al kan het zich
af en toe onzeker voelen vanwege de moraal van de maatschappij. Desondanks
probeert het kind om positieve gevoelens te tonen in zijn of haar eigen omgeving. |
N.B. Niets is geheel zwart of wit in deze wereld! Derhalve moeten wij
aannemen, dat er een breed "grijs gebied" is tussen de twee tegenovergestelde
situaties.
|